Detailhandel in het buitengebied
In de discussie rondom detailhandel in vrijkomende agrarische bebouwing hebben voor D66 de volgende uitgangspunten altijd voorop gestaan:
- Geen oneerlijke concurrentie met detailhandel in de kernen, er is immers daar al leegstand genoeg;
- Geen verrommeling van het buitengebied door bijv. etalages, reclame en wegwijzers of extra verkeer – ruimtelijke kwaliteit staat voorop;
- Toetsing aan objectieve criteria opgesteld in regionaal verband.
Voor detailhandel dus een duidelijk “NEE, tenzij..”, waarbij de tenzij staat
voor detailhandel als duidelijke bijzaak van een beroep, ambacht of bedrijf,
waarbij de omgeving niet aangetast wordt en die bijdraagt aan de leefbaarheid.
Met de toetsing
aan objectieve criteria hebben we toch meer moeite. Hier zien wij de duidelijke koppeling naar de maximale omvang van de bedrijvigheid is vastgelegd in de regionale beleidsnota Functies Zoeken Plaatsen Zoeken Functies (FZPZF) – bij detailhandel als nevenactiviteit eis je dan dat
maximaal zeg 20% van de werkelijke omvang voor detailhandel gebruikt wordt (de
uitstalling).
En zolang binnen
die vaste m2 gebleven wordt mag wat ons betreft de ondernemer ook aan het product
geschakelde artikelen verkopen. Dus de
meubelmaker mag de gemaakte stoelen verkopen, maar ook een kussen voor in de
stoel en een tafelkleedje voor de gefabriceerde tafel.
Naast de
koppeling van de detailhandel aan de zelf scheppende ondernemer, hebben we
binnen de fractie gezocht naar mogelijkheden om ook zelfstandige detailhandel
toe te staan. Daarbij duidelijk gelet op het huidige en toekomstige gebruik van
het buitengebied. Ik denk dan met name het toeristisch en
particulier gebruik in de zin van hobbyboer/landleven. Denk daarbij ook aan de 1200 particuliere
woningen in het buitengebied.
Detailhandel
gekoppeld aan de specifieke (Berkellandse) toeristische functie hebben we in
overweging genomen, en uiteindelijk geconcludeerd dat die er niet is dan wel
via een oneigenlijke redenatie. In Berkelland met al zijn zwembaden zou je dan
verkoop van zwemartikelen (dus sportzaak) toestaan, of in strenge winters met
veel sneeuw skis, of tenten en caravans, en ook fietsen, etcetera,
etcetra. Maar ja, wie koopt ernu op
vakantie een caravan, skis of een fiets.
Oneigenlijk en niet specifiek, dus daarom zien we deze koppeling aan de
toeristische functie duidelijk niet.
Dan blijft qua
detailhandel nog over de vraag zijn er functies denkbaar aan de hobbyboer/landleven
sfeer die detailhandel mogelijk maken?
Dan kom je voor ons gevoel op de tuincentra en welkoopachtige mogelijkheden. Naar onze mening verdedigbaar gezien de doelgroep op het platteland. Daarbij wil ik nog benadrukken het niet gaat mega centra – alles moet binnen de afmetingen zoals vastgesteld in de genoemde nota FZPZF, en passen in de sfeer van ruimtelijkbeeld en verkeersstromen, en de andere kwalitatieve criteria zoals vastgelegd in de nota. En daarbij gaat zoals alle andere detailhandel in het buitengebied om vrijkomende agrarische bebouwing, en hebben we het niet over particuliere bebouwing.
De discussie wordt vervolgd .....
Meer nieuws
- Uitreiking Klaver4Award 2011 20-4-2012
- Bestemmingsplan "Eibergen, Woongebieden 2011" 17-4-2012
- Erfgoed verordening 12-3-2012
- Beleid Recreatiewoningen - Schriftelijke vraag aan het College 8-3-2012
- 't Spieker 2-2-2012
- D66 Magazine December 2011 28-12-2011
- D66 Klaver4Award 2011 20-12-2011
- OTB N18 11-12-2011
- Milieu- en klimaatuitvoeringsprogramma (MUP) 31-10-2011
- Algemene ledenvergadering van D66 28-10-2011



word lid
