Beluister deze pagina met proReader

Detailhandel in het buitengebied

vrijdag 14 januari 2011

In de discussie rondom detailhandel in vrijkomende agrarische bebouwing hebben voor D66 de volgende uitgangspunten altijd voorop gestaan: 

  • Geen oneerlijke concurrentie met detailhandel in de kernen, er is immers daar al leegstand genoeg;
  • Geen verrommeling van het buitengebied door bijv. etalages, reclame en wegwijzers of extra verkeer – ruimtelijke kwaliteit staat voorop;
  • Toetsing aan objectieve criteria opgesteld in regionaal verband.

Voor detailhandel dus een duidelijk “NEE, tenzij..”, waarbij de tenzij staat voor detailhandel als duidelijke bijzaak van een beroep, ambacht of bedrijf, waarbij de omgeving niet aangetast wordt en die bijdraagt aan de leefbaarheid.


Met de toetsing aan objectieve criteria hebben we toch meer moeite. Hier zien wij de duidelijke koppeling naar de maximale omvang van de bedrijvigheid is vastgelegd in de regionale beleidsnota Functies Zoeken Plaatsen Zoeken Functies (FZPZF) – bij detailhandel als nevenactiviteit eis je dan dat maximaal zeg 20% van de werkelijke omvang voor detailhandel gebruikt wordt (de uitstalling).  


En zolang binnen die vaste m2 gebleven wordt mag wat ons betreft de ondernemer ook aan het product geschakelde artikelen verkopen.  Dus de meubelmaker mag de gemaakte stoelen verkopen, maar ook een kussen voor in de stoel en een tafelkleedje voor de gefabriceerde tafel. 


Naast de koppeling van de detailhandel aan de zelf scheppende ondernemer, hebben we binnen de fractie gezocht naar mogelijkheden om ook zelfstandige detailhandel toe te staan. Daarbij duidelijk gelet op het huidige en toekomstige gebruik van het buitengebied.   Ik denk dan met name het toeristisch en particulier gebruik in de zin van hobbyboer/landleven.  Denk daarbij ook aan de 1200 particuliere woningen in het buitengebied.


Detailhandel gekoppeld aan de specifieke (Berkellandse) toeristische functie hebben we in overweging genomen, en uiteindelijk geconcludeerd dat die er niet is dan wel via een oneigenlijke redenatie. In Berkelland met al zijn zwembaden zou je dan verkoop van zwemartikelen (dus sportzaak) toestaan, of in strenge winters met veel sneeuw skis, of tenten en caravans, en ook fietsen, etcetera, etcetra.  Maar ja, wie koopt ernu op vakantie een caravan, skis of een fiets.  Oneigenlijk en niet specifiek, dus daarom zien we deze koppeling aan de toeristische functie duidelijk niet.

Dan blijft qua detailhandel nog over de vraag zijn er functies denkbaar aan de hobbyboer/landleven sfeer die detailhandel mogelijk maken? 


Dan kom je voor ons gevoel op de tuincentra en welkoopachtige mogelijkheden. Naar onze mening verdedigbaar gezien de doelgroep op het platteland. Daarbij wil ik nog benadrukken het niet gaat mega centra – alles moet binnen de afmetingen zoals vastgesteld in de genoemde nota FZPZF, en passen in de sfeer van ruimtelijkbeeld en verkeersstromen, en de andere kwalitatieve criteria zoals vastgelegd in de nota.  En daarbij gaat zoals alle andere detailhandel in het buitengebied om vrijkomende agrarische bebouwing, en hebben we het niet over particuliere bebouwing.


De discussie wordt vervolgd .....





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Voorjaarscongres zaterdag 21 april, volg hier live het congres

Agenda

Fractievergadering D66

21-5-2012Gemeentewinkel Borculo, aanvang 19.30 uur
Lees meer
RSS